bouwkundige termen

  1. Blokkeel
  2. Boezem
  3. Bolkozijn
  4. Daklijst
  5. Daktegel
  6. Dekbalk
  7. Diefijzer
  8. Drieklezoor
  9. Ezelsrug
  10. Fliering of wormplaat
  11. Geheng
  12. Grondboog
  13. Haanhout
  14. Haardpot
  15. Haardsteenensemble
  16. Hanekam
  17. Hekketting
  18. Kaarsnis
  19. Kalf
  20. Kelderlicht
  21. Kinderbint
  22. (Klis)klezoor
  23. Kloostervenster
  24. Korbeel
  25. Korfboog
  26. Krommer
  27. Kroonlijst
  28. Kruisvenster
  29. Kruisverband
  30. Latei
  31. Lijstgevel
  32. Middendorpel
  33. Middenstijl
  34. Moerbalk
  35. Muuranker
  36. Muurplaat
  37. Muurstijl
  38. Negge
  39. nokgording
  40. Nokstijl
  1. Oor
  2. Panlat
  3. Plint
  4. Poer
  5. Raveelbalk
  6. Raveling
  7. Roede
  8. Rollaag
  9. Rooilijn
  10. Schoor
  11. Schouder
  12. Schouw
  13. Schuifvenster (empire)
  14. Segmentboog
  15. Sieranker
  16. Sleutelstuk
  17. Spantjuk
  18. Spiltrap
  19. Spitsboog
  20. Sporenpaar
  21. Staande tand
  22. Staand verband
  23. Steekkap
  24. Steensponning
  25. Steunbeer
  26. Stootbord
  27. Stroomlaag
  28. Strijkbalk
  29. Tongewelf
  30. Trapgevel
  31. Tuitgevel
  32. Tweelichtvenster
  33. Versnijding
  34. Vloerdelen
  35. Vorstpan
  36. Wang
  37. Waterlijst
  38. Windschoor
  39. Wisseldorpel
  40. Wormplaat of fliering